Japanse Duizendknoop

Vorig jaar (2025) ontving het bestuur twee keer een melding van een tuinder dat er Japanse Duizendknoop langs de Zandlaan gevonden was. Gelukkig waren de planten nog jong. Eén tuinder heeft de plek afgegraven en alle grond gecontroleerd op wortelresten. De tweede plek is gemeld aan de gemeente Bloemendaal, die deze plek schoongemaakt heeft.

Dit jaar is er nog geen melding geweest van Japanse Duizendknoop langs de Zandlaan. Echter, er kunnen wortelresten achtergebleven zijn en rond deze tijd kan de plant opnieuw uitlopen. Sta je per ongeluk op zo’n plant en haakt een stukje ervan zich aan je schoen, dan neem je de plant ongewild mee je tuin op. Een klein fragment is al voldoende om de plant wortel te laten schieten.

Nu we weten dat de Japanse Duizendknoop in de berm van de Zandlaan groeide, vraagt het bestuur jullie medewerking om te voorkomen dat deze invasieve exoot zich op ons complex kan vestigen.

Hoe herken je de Japanse Duizendknoop?

De jonge scheuten hebben bij opkomst boven de grond vaak een roodachtige kleur, soms met blaadjes die rode nerven vertonen. Ze lijken in het begin wat op asperges. Na de rode knoppen ontvouwen zich snel de kenmerkende frisgroene, hartvormige bladeren. De plant heeft holle, groen-rood gevlekte stengels en vormt later witte bloemtrossen. Groeisnelheid kan tot 10 cm per dag zijn en de plant kan 2 tot 3 meter hoog worden. 

We vragen alle tuinders om alert zijn. Denk je de plant aan de Zandlaan te zien, markeer de vindplaats met stokken en touw en stuur ons een berichtje. Wij nemen dan contact op met de gemeente Bloemendaal voor verwijdering.

Heb je een beginnende Japanse Duizendknoop op je tuin gespot, dan is het zaak om de plant direct te verwijderen. Hieronder een stappenplan (gevonden op internet) hoe je dit succesvol kunt doen. 

  1. Uitgraven. Je kan de Duizendknoop met eenvoudig gereedschap weghalen. Hiervoor heb je een greep of riek en stevige vuilniszakken nodig. De beste periode is tussen mei en september.
  2. Snoei de plant tot zo laag mogelijk boven de grond weg en stop de plant in de vuilniszak.
  3. Werk van buiten naar binnen: begin minstens 50 cm vanaf de plant met graven. Zoek de wortels van de plant voorzichtig op.
  4. Gebruik je greep of riek. Dit voorkomt dat wortels in de grond afbreken. Kleine stukjes wortel kunnen uitgroeien tot nieuwe planten.
  5. Stop alle wortels en plantresten gelijk in de vuilniszak of grijze container.
  6. Maak na afloop je gereedschap goed schoon. Leg het niet zomaar in de tuin of op het gras maar op een stuk landbouwplastic of op tegels. Borstel je kleding en schoenen goed af.
  7. Wacht een paar weken. Als er nieuwe planten opkomen, herhaal je stap 1 tot en met 6.
  8. Door dit meerdere keren te herhalen raken de wortels van de plant uitgeput. Uiteindelijk komt er niets meer op.
  9. Houd de plek nog een jaar lang goed in de gaten. Ook nadat er niets meer terug lijkt te groeien.